The Great Wall of China and other Stories

The Great Wall of China and other Stories

by Franz Kafka

Drawing directly on original manuscripts, this collection comprises the major short stories published after Kafkas death. It includes The Great Wall of China, Blumfeld, An Elderly Bachelor, Investigations of a Dog and his great sequences of aphorisms, with fables and parables on subjects ranging from the legend of Prometheus to the Tower of Babel. Allegorical, disturbing and possessing a dream-like clarity, these writings are quintessential Kafka.

  • Language: English
  • Category: Fiction
  • Rating: 3.74
  • Pages: 240
  • Publish Date: May 29th 2007 by Penguin Classic
  • Isbn10: 0141186461
  • Isbn13: 9780141186467

What People Think about "The Great Wall of China and other Stories"

Do not even listen, simply wait. It doesn't contain a lot of his most well-known short stories, like "In the Penal Colony" or "The Hunger Artist," or the one about the ape's report.

We zien dus de piepjonge Kafka die in "Beschrijving van een strijd" en "Bruiloftsvoorbereidingen op het land" volop experimenteert met stijl en vorm, we zien de fascinerend raadselachtige aforismen die Kafka aan het eind van zijn leven schreef, en we zien allerlei andere prozastukjes van heel wisselende lengte en uit heel verschillende periodes van Kafka's schrijverschap. Mogelijk gebeurt dit deels omdat Kafka neigde naar onvoltooibaarheid en open eindes, of omdat hij veel meer geïnteresseerd was in het eindeloos exploreren van alle complexiteit binnen en buiten hem dan in het concluderend voltooien van die zoektocht. Dat alles maakt dit nagelaten proza zelfs nog gefragmenteerder, en daardoor ook meerduidiger en ongrijpbaarder, dan zijn door hem gepubliceerde korte proza en zijn romans al zijn. En toch, Vogelaar noemt Kafka in diverse essays niet voor niets de schrijver van het "ja, maar...", een schrijver dus die als hij iets oproept ook meteen de paradoxale spanningen of totale tegendelen ervan oproept. Een conclusie die zonder meer als deprimerend kan worden opgevat, ook omdat sommige van de personages zeggen te stikken aan deze wereld. Maar tegelijk voorkomt Kafka met zijn humoreske lichtheid dat dit verhaal deprimerend wordt. Prachtig maar totaal anders is bijvoorbeeld het verhaal "De jager Gracchus", over een jager die stierf, maar die ook weer niet stierf omdat zijn dodenschip ergens op weg naar de hemelse wateren uit koers is geraakt. Dit is het verhaal van een onduidelijk soort dier (tevens ik- figuur) dat een wijdvertakt hol graaft met vele gangen en pleinen, wat hij op erg ontroerende wijze vormgeeft als zijn gedroomde thuis waar hij in veilige afzondering en vrede kan leven, en misschien zelfs in onsterfelijkheid. We weten het als lezer niet, en ook daardoor verbeeldt dit verhaal heel indringend hoe irrationele angst of andere onnoembare dreiging elk veilig toevluchtsoord van binnenuit kan bedreigen. En nog weer anders is het mooie verhaal "Bij de bouw van de Chinese muur", waarin de oneindigheid van het Chinese rijk - en van de Chinese muur- op onnavolgbare wijze tot metafoor wordt van de ultiem lijkende macht die maar een stipje is in de onmetelijkheid, de nagejaagde waarheid die echter onbereikbaar ver is in tijd en ruimte waardoor hij altijd onkenbaar blijft, en de oneindige verlorenheid in tijd en ruimte van iedereen die de waarheid zoekt Een verhaal dat mij tot mediterende mijmering aanzet, net als "De jager Gracchus", terwijl "Het hol" mij juist ontroert (door het zo mooi opgeschreven verlangen naar veiligheid) en onrustig maakt (door de zo fascinerend opgeschreven dreiging die de veiligheid uitholt). Ook de roemruchte maar nooit verstuurde "Brief aan mijn vader" draagt daar voor mij veel aan bij, door de genadeloze diepgang en scherpzinnigheid van de analyse en zelfanalyse, door de tot het bot borende blik waarmee Kafka zijn eigen zelfverachting en schaamtegevoel peilt, door de genuanceerde redeneringen waarmee hij onderbouwt dat noch hijzelf noch zijn vader schuld heeft aan hun zeer verstoorde verhoudingen, en door de prachtige replieken die hij zijn vader in de mond legt. Al die aforismen lijken (zoals Calasso volgens mij ergens ook zegt) wel penseelstreken van een oude meester die sereen verwijlt in het onbenoemde niets, want elk aforisme staart ons als een onverbiddelijk existentieel raadsel in het gezicht. Zeggen beide aforismen, als je ze met elkaar combineert, misschien dat het "zijn" bovenzinnelijk is, oftewel dat het "zijn" ongrijpbaar is omdat het zo radicaal anders is dan de zintuiglijk toegankelijke dingen die wij menen te bezitten? Varieert Kafka hier, zonder dat te weten, op Heideggers gedachte dat het "zijn der zijnden" zelf geen zijnde is, omdat je alles wat "is" wel grijpen kunt maar het "is" niet? Maar ja, hoe verhoudt dat zich weer tot de boven aangehaalde zinnen uit "Beschrijving van een strijd", waarin de wereld van de dingen - dus: de zintuiglijke wereld- als bedrieglijk, ongrijpbaar en onvast wordt beschreven? En maakt dat alles het zijn der dingen, dat Kafka in zijn aforismen al zo sterk als een raadselachtige openheid beschreef, niet nog raadselachtiger en opener? In elke zin verdubbelde hij dat raadsel door zijn beschrijving ervan, en omdat hij dit in elke zin weer anders deed zijn Kafka's boeken onuitputtelijke bronnen van rijke raadselachtigheid.

Prior to his death, Kafka wrote to his friend and literary executor Max Brod: "Dearest Max, my last request: Everything I leave behind me ... Brod, in fact, would oversee the publication of most of Kafka's work in his possession, which soon began to attract attention and high critical regard. All of Kafka's published works, except several letters he wrote in Czech to Milena Jesenská, were written in German.